Tirana, mei 2010

Namens de werkgroep Hulp voor Albanië ( van het Hulpcomité CGK Mussel)
zijn Trijntje en Bé Wever in mei naar Albanië geweest.
Ze bezochten de projecten die de afgelopen periode zijn gesteund door de werkgroep.
Bé heeft van het bezoek een reisverslag gemaakt dat u hier kunt lezen.

Dag 1
Op woensdag 19 mei vertrekken we per vliegtuig vanaf Schiphol via Budapest naar Tirana.
’s Middags om kwart voor drie landen we op het vliegveld bij Tirana.
Dit is nu een heel modern vliegveld geworden.


Aankomsthal Tirana International Airport Nënë Tereza.

We zijn snel door de douane en ontmoeten Peter en Annemarie Maris, die ons komen afhalen.
Zij zijn sinds maart het nieuwe echtpaar dat het Mission House (voorheen gasthuis) van Hoop voor Albanië in Tirana runt.
Vergeleken met 1994, toen we de eerste keer in Albanië waren, is er heel veel verbeterd.


Omgeving vliegveld

Over de nieuwe autoweg is het een half uurtje rijden naar het Mission House.
We kijken onze ogen uit; wat een vooruitgang.
Moeten we nog wel helpen?


Zicht vanaf balkon Mission House in 2007, flat in aanbouw


Zicht vanaf balkon Mission House in 2010, flat bewoond


We praten met Peter en Annemarie, over hun missie, over hun geloof, hoe ze dit werk ervaren, over kansen en moeilijkheden; heel fijne gesprekken.

Er is veel beweging in de straten van Tirana. Mensen lopen met tassen of andere spullen.
In 1994 slenterden de mensen doelloos langzaam door de straten.
Nu zit er gang in. Je ziet dat ze ergens naar toe moeten. Je ziet dat men vooruit wil.
Jonge mensen hebben het communisme van voor 1991 niet meegemaakt.
Men wil hun land opbouwen en klaar maken om bij Europa te horen.
De straten zijn schoon en worden constant geveegd.
Er zijn verkeerslichten gekomen, maar men moet nog wel leren wat rood en groen betekent.
Sommige wegen zijn al voorzien van verkeerslijnen en stroken, ook hier moet men nog aan wennen.
Er rijden nog oude auto’s, maar ook heel veel nieuwe.
De grijze gebouwen van voorheen zijn nu voorzien van een vrolijke kleur.
Er zijn nog oude kleine winkeltjes, maar ook heel nieuwe moderne, waar je alles kunt kopen.
Echter in die nieuwe moderne winkels zijn bijna geen klanten.
Jongelui lopen in moderne kleren, zitten op het terras van een van de vele barretjes en drinken koffie en water.
We zien een zestal straathonden, maar ook een mevrouw met een mooi hondje aan de lijn.
In een dierenwinkel zitten konijntjes te koop aangeboden in een kooitje, evenals twee poesjes en een hondje.

We slapen in het Mission House.


Trijntje en Annemarie in het depot



Dag 2
Donderdag na het ontbijt gaan we met Peter en Annemarie naar het depot van HvA in Prush, even buiten Tirana.
Leta, die we al kennen vanaf 1994 runt hier de boel.
In het depot staat niet veel meer. Aanstaande maandag komt er een nieuw transport vanuit Nederland.
Leta vertelt over haar werk.
De goederen moeten in opdracht van de overheid binnen twee weken weer verdeeld zijn.
De overheid ziet er op toe, dat het hulpgoederen zijn, die een goede bestemming krijgen.
Men wil voorkomen dat het voor de handel gebruikt wordt.
De meeste goederen gaan naar kerken, scholen, opvanghuizen en ziekenhuizen.
Een enkele particulier die iets krijgt moet een bewijs van de burgemeester of pastor hebben, waarin staat dat men het echt nodig heeft.

Bij de poort zien we een zigeunergezin wachten.
Leta kent ze. De man is verlamd, zijn broer is blind.
Men heeft een heel kleine uitkering, waar men maar net van kan rondkomen.
Ze wonen met zijn dertienen in een krot, zo groot als een tuinhuisje, maar gebouwd van hout, oude golfplaten, karton en wat kleden.
Het is er nat, kil en tochtig, troosteloos.
Men krijgt een zak kleren mee, het dochtertje een speelpop, waar ze heel blij mee is.
De zoon krijgt een paar koekjes, die hij meteen in zijn zak steekt.
Zwaaiend vertrekken ze weer en lopen nog drie kilometer naar hun huis (krot).

Bashkim heeft een gehandicapte dochter. Hij heeft enkele jaren in Nederland gewoond.
Daar zag hij, dat er voor zijn kind speciale hulp was.
Terug in Tirana heeft hij voor haar ook speciale hulp gezocht. Dat was er niet in Albanië.
Hij zette het zelf op poten en bood ook hulp aan andere gehandicapte kinderen.
HvA steunde hem. Middels allerlei subsidies heeft hij nu een speciaal gebouw gekregen (Help the Life) in Prush.
Er is ruimte voor gymnastiek, voor therapie, voor een psycholoog en andere doctoren.
Dagelijks krijgen 25 kinderen in dit gebouw hulp en therapie.
In de regio verleent men aan ongeveer 150 kinderen ambulante hulp.
Hij heeft al weer plannen voor een sportveldje.
Maar de grond wordt ook hier duur ( eur.90,- per vierkante meter).
Hij probeert nu de overheid te bewegen hierin financieel bij te springen.
Bashkim is trots op het gebouw en heel dankbaar dat we daar een beetje aan hebben bijgedragen.


Het huisje van Lilia wordt na de brand herbouwd

We gaan naar Lilia. Ze woont met haar dochtertje en zoontje in een huisje in de bergen.
Nadat twee kinderen zijn overleden en nadat ze twee keer een levenloos kindje baarde, verliet haar man haar.
Zij was geen goede moeder, vond hij.
Haar vader overleed en haar huisje brandde voor een deel af.
Ze klopte aan bij het Mission House van HvA.
Ze kreeg wijze raad: bidden. Dat deed ze. HvA steunt haar financieel.
De man van Leta heeft een aannemingsbedrijfje en verbouwt de woning, heel eenvoudig.
HvA betaalt. Nu leeft men op het beton. Er staat een bed en een opklapbed.
De dochter is deeg aan het roeren voor brood en de moeder lacht.
Buiten, onder een paar planken is het toilet.
Haar tuintje staat er keurig bij, er groeien aardappels, bonen, komkommers en tomaten.
In de regen en door de modder rijden we het glibberige paadje weer naar beneden.

Nu gaan we naar het gebouw van Radio7, een soort EO, doet een beetje Amerikaans aan.
Het gebouw was een voormalig azc uit Nederland en werd door HvA naar Albanië gebracht.
Ook de hele inboedel is door HvA geschonken.
Men zendt zeven dagen per week 24 uur per dag uit.
Zo heeft men ook een vervolg-documentaire over een vrouw in de gevangenis, die haar vijftienjarige straf voor moord uitzit.
Een week voor haar bruiloft werd haar aanstaande man doodgeschoten. Zij nam bloedwraak en schoot de dader dood.
Tijdens een opname voor de radio kwam men zo in aanraking met het evangelie.
Toen kwamen vijftien mensen, gevangenen en bewakers, tot geloof en bekeerden zich.

’s Avonds maken we nog even een wandeling door Tirana.
Op het balkon van het Mission House overdenken we de dag en gaan al vroeg naar bed.


Dag 3
Vrijdag gaan we samen naar Bathore.
Hier was ik in 2007 met Wouter.
Bathore is een buitenwijk van Tirana, waar gezinnen in veeschuren wonen.


In het medisch centrum

Efis is hier de coördinator voor hulp vanuit een medisch centrum.
In een keurig houten lokaaltje drinken we koffie en Efis vertelt.
In 2007 was er nog geen water voor elk gezin, nu kan men middels een pomp wel water krijgen.
Riolering is er nog niet.
De toiletten zijn vies. Ook in het gebouw van dit medisch centrum. Hier moet gauw wat aan gedaan worden.
Ik beloof Peter te kijken wat wij kunnen doen.


Op bezoek bij een gezin in Bathore


Efis vertelt over de toestanden in de gezinnen in Bathore.
Vrouwen hebben niets te zeggen, de man is de baas.
Vrouwen worden vaak slecht door hun mannen behandeld.
Ze vertelt over respect en liefde.
Deze mensen zijn vanuit het noorden van Albanië hier naar toe gelokt, in de verwachting dat men het beter zal krijgen.
Maar alles valt vies tegen. Een vrouw pleegde zelfmoord, toen zag de man het ook niet meer zitten en deed hetzelfde.
Hoe moet het nu met de kinderen?
Efis probeert hier te helpen, ze heeft tranen in haar ogen.
Ze wil voor de kleinste kinderen een peuterspeelzaal beginnen.
Als de kinderen dan komen, kan zij de moeders ondersteunen.


Demonstratie waterpomp

Efis heeft hulp van een collega, die is afgestudeerd voor onderwijzeres.
Ze doet dit werk vol overgave liever dan voor de klas staan.
Ook een stagiaire helpt.


Annemarie in gesprek met stagiaires


We bezoeken een mevrouw met twee kinderen.
Ze heeft het moeilijk in haar gezin.
De man tiranniseert haar. Annemarie gaat voor in gebed, zomaar.
We verwachten verbetering van de Here God (maar denken ook, dat er met de mannen gesproken moet worden).


Broertjes, de jongste vastgebonden in te klein bedje


Dan bezoeken we een ander gezin.
De weduwvrouw woont samen met haar zoon en gezin in een deel van de veeschuur.
Ze heeft een zwaar gehandicapte dochter van 23 jaar.
De schoondochter schenkt ons cola in. Zij doet hier de huishouding.
De zoon is taxichauffeur met een karig loontje.
De moeder kan haar dochter van 23 eigenlijk niet de baas.
Efis zoekt naar hulp voor dit gezin.
We constateren dat Efis hier heel goed werk doet.
De afgelopen twee jaren gaven we geld voor dit project. Hulp en gebed blijft hier nodig.
Nadat we telefonisch contact kregen met Tani gaan we vrijdagavond moe naar bed.


Dag 4
Zaterdagochtend om acht uur drinken we op het terras van het café om de hoek koffie met Tani en Bruna.
Een paar jaar terug bracht Tani voor ons fruit naar de kinderen in Skohze: Seed of Hope.
Deze organisatie kan zichzelf nu bedruipen.
Tani werkt nu in een schoenenfabriek, Bruna studeert voor lerares.
Men vertelt hun verhaal, hoe ze elkaar hebben gevonden in Nederland, waarom zij terug gegaan zijn naar Albanië en hoe Albanië zichzelf moet redden in de toekomst.

Om negen uur moet Tani weer op zijn werk zijn.
Die dag moet hij de export van materiaal naar Italië regelen.
’s Middags gaan we samen met hun twee kinderen richting Elbasan.
Voor een paar centen gaan we eten.

We praten over de politieke toestand in Albanië.
Albanië wil graag bij Europa horen.
Sali Berisha van de democraten is premier van het land.
Edi Rama van de socialisten is burgemeester van Tirana.
In 2009 zijn er verkiezingen geweest.
Edi Rama deed ook een gooi naar het premierschap. Berisha won nipt.
In het parlement zitten 75 leden van Berisha, de 65 van Rama boycotten de vergaderingen.
Volgelingen van Rama zeggen dat de verkiezingen niet eerlijk zijn verlopen en ze zijn nu in hongerstaking.
De Europese Unie kreeg hen vandaag zover de hongerstaking te beëindigen.
Berisha komt zelf uit het noorden en vindt het best dat mensen uit het noorden van het land naar Tirana verhuizen.
De socialisten verdenken hem ervan, dat hij dat doet om meer stemmen te krijgen.

Een Albanees krijg je niet zomaar op andere gedachten.
Er zijn verhalen dat de Albanees vanuit zijn aard jaloers is.
Er waren eens drie Albanezen, die elk een wens mochten doen.
De eerste wenst een koe die veel melk geeft.
De tweede wenst twee koeien, die samen nog meer melk geven.
De derde wenst, dat de koeien van de eerste en de tweede man teruggenomen worden.

Na het eten gaan we op bezoek bij vrienden van Tani en Bruna in het landelijk gebied in Petrelë.
We worden hartelijk verwelkomd.
De kippen met kuikens lopen los rondom het huis.
De kersen en walnoten zijn rijp.
We moeten een glaasje raki drinken. We krijgen koffie, zelfgemaakte wijn en kaas.
Op het balkon, met een prachtig uitzicht worden we bediend door de vrouw des huizes.
Ik krijg een Cubaanse sigaar aangeboden.
Op mijn vraag of men hier niet eenzaam is, begint de man te fluiten.
Zijn buurman reageert hierop en komt ook.
Het wordt heel gezellig.
Ik beloof Tani hem morgen weer te bellen.
Maar het lukt me zondag niet contact met hem te krijgen.


Dag 5
Zondag gaan we naar de kerk van Tori.
Als we in Tirana zijn, bezoeken we altijd deze kerk.
Er zijn veel jongelui.
Ook Lilia met haar dochter en zoontje zitten in de kerk. Ze heeft een buurvrouw meegenomen.
Voor de dienst staat het combo in een kring te bidden.
Daarna zingen we veel liederen. De wijze kennen we.
De woorden zijn moeilijk uit te spreken.
Nederlands is voor hen moeilijk, maar Tori’s dochter spreekt onze namen perfect uit.
We krijgen een klein koptelefoontje, waarin we de preek in het Engels vertaald kunnen volgen.
We worden welkom geheten en moeten even gaan staan.
Het jongste lid van het combo wordt naar voren geroepen.
Samen wordt er voor hem gebeden.
Een klein kind wordt gezegend.

In de preek haalt Tori nog een nummer van Bob Dylan aan, waarin wordt opgeroepen te kiezen: of God of de satan. Je kunt niet een beetje kiezen.

Peter en Annemarie gaan na de dienst nog op verjaardag bij enkele leden van de kerk.
We zien Lilia met haar buurvrouw lopend weer terug gaan naar hun woonplaats, zeker vijf kilometer.

Dag 6
Maandag is de vrachtwagen met hulpgoederen uit Nederland gearriveerd.
We gaan mee naar de douane. Er lopen bewakers met machinegeweren.
Leta is daar ook aanwezig en doet het woord.
Peter moet goed opletten, want als Leta met vakantie gaat zal hij dit werk moeten doen.
Bij de douane staan jongemannen te wachten op werk.
Ze willen graag meehelpen uitladen.
We moeten langs drie kantoortjes.
Als we twee gehad hebben gaan we naar het derde.
Daar is het wachten op de chef, die nu nog in vergadering is. Hij moet nog een handtekening zetten.
Omdat de contacten heel goed zijn, krijgen we van een ondergeschikte alvast toestemming, “de handtekening komt wel”, zegt hij.
De trailer wordt open gemaakt en enkele mannen maken in opdracht wat dozen los.
Er wordt scherp op toe gezien, dat de goederen overeen komen met de lijst van goederen.
Als je daar zo bij staat is het best wel spannend.
Stel je voor dat er toch iets gebracht is, dat verboden is.
Het vertrouwen is dan geschaad en de hulpverlening zal dan moeilijk worden.
Na de inspectie, die dan goed verlopen is, rijden de chauffeurs de wagen naar het depot.
Daar wordt het uitgeladen.

Na het uitladen bezoeken we het zigeunergezin, dat donderdag een zak kleren kreeg.
De dochter staat buiten een kleed schoon te spoelen.
De zoon is buiten brandhout aan het verzamelen.
De lamme en de blinde man zitten binnen.
Op drie bedden liggen enkele kinderen te slapen.
Men slaapt hier om beurten, men heeft te weinig bedruimte.

Als we weer vertrekken loopt een buurman met ons mee.
Hij is nieuwsgierig wat we doen.
Hij verwacht misschien ook iets te krijgen.
Dat gaat echter niet zomaar.
Hij zal voor zijn inkomsten ook werk moeten zoeken.
Alleen noodgevallen worden geholpen.

’s Avonds belt Bruna mij.
Ze had een telefoontje van me verwacht.
We spreken af elkaar toch nog te ontmoeten voor we vertrekken.
Dinsdag zal niet lukken, omdat Tani dan al heel vroeg moet beginnen en pas ’s avonds tegen elven weer thuis zal zijn.
Hoe dan ook, we zullen nog afscheid nemen.

Dag 7
Dinsdagochtend om vijf uur sta ik op, kleed me aan en loop naar het huis van Tani.
Ik klop aan de deur en de vader van Tani, die bij hen in woont, doet open.
Tani’s vader heeft een klein groentewinkeltje een eindje verderop in de straat.
Om zes uur is zijn winkel open. Voor die tijd heeft hij al weer nieuwe producten gehaald en uitgestald.
Tani is ook al op.
We spreken af om woensdagochtend om acht uur koffie te drinken op het terras van de bar om de hoek.
Peter en Annemarie hebben deze dinsdag taalcursus.
Trijntje en ik gaan wandelen in de stad. We lopen heel wat kilometers.
De winkel met lijkkisten in de etalage is er nog ( zagen we ook al in 2007).
De winkel met tweedehands schoenen ernaast is gesloten.
In een atelier zijn schilderijen te koop.
De kunstenares geeft les aan vier kinderen die op een rij zitten te tekenen.
Als ik vraag wat een schilderij kost, pakt de man van de kunstenares een potlood en schrijft de prijs op het blad van een van de leerlingen.
Het kind kijkt wat raar en zal moeten gummen. De prijs is voor mij te hoog.

We lopen de hele dag door Tirana.
’s Avonds gaan we samen met Peter en Annemarie uit eten.
Ook buiten op een terras onder de bomen. Er is live muziek.
Als ik betaal, valt de prijs enorm mee.

Dag 8
Woensdag 24 mei.
Vandaag vertrekken we weer naar Nederland.
Voor acht uur heb ik twee boeketten bloemen gekocht, een voor Annemarie en een voor Bruna.
In de bloemenwinkel staan ook veel tulpen uit Nederland.
Ik koop lelies.
Annemarie is er blij mee en Bruna kijkt heel verbaasd: “hoe weten jullie dat ik lelies de mooiste bloemen vind?”
Op het terras nemen we innig afscheid, ook van de baas van de bar.
We beloven hier weer te komen.
De koffers zijn gepakt en Peter en Annemarie brengen ons naar het vliegveld.
We nemen afscheid van de buurman, die al weer voor zijn huisje zit met uitgestalde sigaretten en kanaries in mooi gekleurde kooitjes.

Maar voor we naar het vliegveld gaan, gaan we nog naar Thumane.
Thumane ligt 30 km. ten noorden van Tirana, even voorbij Kruje.
Het is ongeveer drie kwartier rijden.
Er wonen 5000 mensen.
Het dorp staat bekend als een door armoede en werkloosheid getroffen dorp en is berucht vanwege diefstal, geweld en ontvoering van kinderen naar Italië voor de prostitutie.
Er leven straatkinderen.
Ze hebben geen ouders meer of hun ouders kunnen niet voor hen zorgen door armoede, ziekte of gevangenisstraf.
Deze kinderen vormen een zeer kwetsbare groep.
HvA besloot hier te helpen.
Daarom hebben ze een tehuis voor de kinderen gebouwd: Kindertehuis Naomi.
Sinds 2009 wordt het tehuis officieel geleid door Fatmir en Silvana Spahiu, een dominees echtpaar dat woont en werkt in Tirana.
Majlinda – die het kindertehuis Naomi al jaren heeft geleid- is er nu fulltime directrice.

De kinderen hebben in hun leven grote risico’s gelopen.
Ze leefden vaak op straat, hadden weinig kleren, waren hongerig en werden vaak mishandeld door hun ouders en door anderen.
Ze hielden zich vooral bezig met het zoeken naar eten en een warme plek om te overnachten.
Nu hebben ze een thuis. Al deze kinderen maken deel uit van het gezin Naomi.

De Albanese wet schrijft voor dat kinderen vanaf hun 15e voor zichzelf moeten zorgen, maar Naomi helpt en begeleidt ze ook na hun 15e.
Een van de doelen van Fatmir is dat er meer kinderen worden opgenomen in het tehuis.
HvA staat achter de plannen en ziet ook graag dat het tehuis op grotere schaal gebruikt wordt waarvoor het bestemd is: een veilige haven voor thuisloze en verwaarloosde kinderen.


Op balkon kindertehuis Naomi


Kindertehuis Naomi


Busje, aangeschaft in 2009 met geld uit Nederland


Trijntje en Bé voor het kindertehuis Naomi

De jeugd van Een, Norg en Veenhuizen zorgde er in 2009 voor dat er 2.500,- euro naar dit werk ging.
Fatmir geeft ons een rondleiding in het gebouw.
Hij wist niets van onze komst. We vragen hem wat er met de 2.500,- euro is gebeurd.
Hij schrikt helemaal niet van deze vraag en antwoordt: “gebruikt voor de aanschaf van een busje om kinderen te vervoeren en naar het tehuis te brengen of naar school”
Even daarna zien we het busje, nemen vanaf het balkon een paar foto’s.
Als we weer beneden op de begane grond zijn, is het busje alweer verdwenen.
Kinderen worden gehaald van school.
We nemen afscheid.

Annemarie en Peter brengen ons naar het vliegveld.
Daar wachten we even op het terras.


Ds.Tori en Bé, afscheid bij het vliegveld

En wie ontmoeten we daar dan weer? Tori, hij haalt enkele mensen vanaf het vliegveld.
Hij vraagt of we spoedig weer komen.
“Geld”, zeg ik, “de reis kost geld”.
Tori kijkt omhoog en zegt: “Vraag het”.
Met een kus nemen we afscheid van Tori.
’s Nachts om één uur zijn we weer thuis.

Trijntje en Bé.

P.S. Hulp blijft dus nog wel nodig.
Geld kan men overmaken op nr.: 34.34.50.801 tnv Hulpcomité CGK Mussel.